Vreemd vermogen | ||||
Voorzieningen | 31-12-2024 | Stortingen | Onttrekkingen | 31-12-2025 |
|---|---|---|---|---|
Voorziening riolering | 12.757 | 235 | - | 12.992 |
Voorziening afvalstoffenheffing | 1.442 | 986 | 1.291 | 1.136 |
Voorziening grondexploitaties | 2.319 | 2.824 | - | 5.144 |
Voorziening groot onderhoud Atlastheater | 1.533 | 449 | 105 | 1.877 |
Voorziening wethouderspensioenen | 1.919 | 5.308 | - | 7.227 |
Voorziening verlofsparen | 412 | 187 | - | 599 |
Totaal voorzieningen | 20.384 | 9.989 | 1.396 | 28.975 |
Langlopende schulden | 31-12-2024 | Vermeerdering | Aflossing | 31-12-2025 |
Obligatielening | 115.000 | - | 1.000 | 114.000 |
Onderhandse leningen: | - | |||
Binnenlandse banken en overige financiële instellingen | 242.086 | - | 27.066 | 215.020 |
Openbare lichamen | 40.000 | - | - | 40.000 |
Waarborgsommen | 244 | - | - | 244 |
Vooruitontvangen afkoopsommen | 1.140 | - | 60 | 1.080 |
Totaal vreemd vermogen | 398.470 | - | 28.126 | 370.344 |
Het vreemd vermogen van de gemeente bestaat uit voorzieningen en langlopende schulden. De voorzieningen kunnen worden onderverdeeld in twee soorten. De eerste soort voorzieningen zijn bedoeld ter dekking van of egalisatie van bepaalde lasten. Deze worden onder andere gebruikt ter regulering van jaarlijks schommelende lasten.
De andere voorzieningen worden opgenomen als correctie op de waarde van een actief. Deze worden in mindering gebracht op de betreffende lening of vordering op basis van reëel in te schatten risico’s op de activa-zijde van de balans. In bijlage A is een totaaloverzicht opgenomen van alle voorzieningen.
De opgenomen voorziening bij in exploitatie genomen bouwgronden zoals opgenomen bij het onderdeel Voorraden in de balans, mag niet hoger zijn dan de boekwaarde onder handen werk (OHW). Het verschil moet ten laste worden gebracht van de kortlopende overige schulden. In 2024 was dit een bedrag van € 2.319.363,-. Deze is echter toen abusievelijk gecorrigeerd middels de voorziening grondexploitaties zoals opgenomen in de tabel bij Vreemd vermogen. Dit is in 2025 rechtgezet middels een bijstelling per 1-1-25 voor zowel de genoemde voorziening als de tabel van de kortlopende overige schulden van de vlottende passiva.
De voorziening wethouderspensioenen is gevormd ter dekking van de toekomstige pensioenverplichtingen voor zittende en voormalige wethouders. De hoogte van de voorziening per ultimo 2025 is gebaseerd op een actuariële berekening van een externe deskundige. Bij de bepaling van de voorziening is uitgegaan van een rekenrente van 2,954%, conform de circulaire van het Ministerie van BZK d.d. 11 december 2025, en van een door het ABP gehanteerde dekkingsgraad van 122,2%. De voorziening omvat alle wethouders, inclusief wethouders die reeds vóór 2012 met pensioen zijn gegaan. Niet alle door het ABP gehanteerde actuariële uitgangspunten zijn beschikbaar. De berekening is daarom gebaseerd op algemeen aanvaarde actuariële aannames. Van deze verschillen wordt niet verwacht dat zij leiden tot een materiële afwijking in de hoogte van de voorziening. De voorziening wethouderspensioenen betreft een schattingspost. Door onzekerheden in onder meer de gehanteerde dekkingsgraad is sprake van een schattingsonzekerheid.
De langlopende schulden zijn in 2025 afgenomen met € 28 miljoen. Deze is onder te verdelen in een aflossing van € 1 miljoen aan obligatieleningen, € 27 miljoen aan onderhandse leningen.
De totale rentelast voor de leningen bedroeg in 2025: € 5.880.319.
