We zetten ons in voor een gemeente waar het goed wonen, werken en leven is. Voor de huidige en toekomstige generaties. Dit programma gaat over de inspanningen die we verrichten voor een duurzame, aantrekkelijke, gezonde en veilige woon- en leefomgeving met een woningvoorraad die betaalbaar, toekomstbestendig en passend bij de vraag is. Daarbij houden we rekening met de uitdagingen rond klimaat, bodem en energievoorziening, waar we middenin zitten. We werken toe naar een circulaire economie, zonder uitstoot van schadelijke stoffen en zonder het creëren van afval. De ambities voor wonen zijn groot en moeten bijdragen aan de schaalsprong van Emmen. Met het programma Wonen willen wij een extra impuls geven aan de woningbouwopgave.
Bouwen & Wonen
De wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting is nog niet in werking getreden en wordt naar verwachting in 2026 door het Rijk vastgesteld. Het inmiddels gewijzigde wetsvoorstel bevat nog steeds de verplichting voor gemeenten dat er een Volkshuisvestingsprogramma moet worden opgesteld. De werkzaamheden om daartoe te komen, zijn in 2025 al opgestart en deze zullen in 2026 worden voortgezet. Er is meer aandacht gekomen voor het versnellen van de woningbouwopgave om de gewenste aantallen te realiseren.
Afval
Programma's Angelslo en Bargeres
In lijn met de besluitvorming om de programma's in de wijken Angelslo en Bargeres financieel af te schalen, is besloten om al in 2025 de inhoud van de programma's tegen het licht te houden richting 2026 en 2027. Tegelijkertijd is het onderzoek gestart om te kijken op welke wijze onze aanwezigheid in de wijken en dorpen efficiënt wordt ingericht, ook om alvast voor te bereiden op de nadere gebiedsuitwerking van de Omgevingsvisie.
Energietransitie
In het najaar van 2025 heeft TenneT zijn nieuwe Investeringsplan gepubliceerd. Daarin is de datum van de oplevering van het hoogspanningsstation Veenoord-Boerdijk naar achteren opgeschoven naar 2031. Dit heeft als consequentie dat de realisatie van de plannen en ambities in de gemeente aanzienlijke vertraging oploopt. Voor de gemeente onacceptabel. De gemeenteraad heeft het college dan ook in een motie gevraagd om acties te ondernemen om deze vertraging te beperken. We hebben daar uitvoering aan gegeven op verschillende manieren. Allereerst hebben we bestuurlijk overleg gevoerd met TenneT en Enexis om te koersen op oplevering in 2031. Dit hebben we ook neergelegd in onze zienswijze op de investeringsplannen. Via een Tweede Kamerlid hebben we vragen laten stellen aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over de gang van zaken. Daarnaast is een Versnellingsatelier opgericht, met deelname van de gemeente Emmen, gemeente Coevorden, provincie Drenthe en de netbeheerders TenneT en Enexis. Deze tafel verkent de mogelijkheden voor het versneld beschikbaar stellen van aansluitingscapaciteit. Mogelijke oplossingen worden gezocht binnen de planning van de aannemer, ruimte binnen het bestaande netwerk en het beter op elkaar afstemmen van werkzaamheden op het hoog-, midden- en laagspanningsnetwerk. Voor de gemeenteraden van Emmen en Coevorden is een bijeenkomst geweest waarop beide netbeheerders uitleg geven over de investeringen in het elektriciteitsnetwerk in beide gemeenten.
Windenergie
Op het gebied van windenergie is door gemeente Emmen en Pure Energie in 2025 gestart met de planMER procedure voor windpark N34, nadat de ontwikkelende partij het initiatief voor windpark formeel had ingediend. Eind 2025 heeft de ontwikkelaar echter besloten de procedure te staken vanwege een aantal onzekerheden rond windenergie (o.a. wijzigende subsidieregelingen, negatieve stroomprijzen en netcongestie). Pure Energie heeft aangegeven definitief te stoppen met het initiatief op locatie N34. Dit is gecommuniceerd met omwonenden van het gebied N34. De locatie kan conform de spelregels uit de structuurvisie Emmen, Windenergie ingevuld worden door een (nieuwe) initiatiefnemer.
Klimaatadaptatie
We geven invulling aan de werkzaamheden vanuit het DPRA via het uitvoeringsplan klimaatadaptatie Emmen. Een onderdeel van dit uitvoeringsplan is communicatie. Dit zou in eerste instantie in samenwerking met andere gemeenten uitgevoerd gaan worden vanuit het samenwerkingsverband Noordelijke Vechtstromen. In november is echter vanuit dit samenwerkingsverband besloten dat iedere gemeente zelfstandig aan de slag gaat met dit onderwerp. Het gevolg is dat in 2026 meer ingezet gaat worden op bewustwording.
Daarnaast is in 2025 het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte (IBOR) vastgesteld. Een belangrijke pijler hiervan is klimaatadaptatie. Dit vertaalt zich in nieuwe uitvoerings- en beheerplannen waarin versterking van biodiversiteit en tegengaan van wateroverlast, droogte en hitte een plek krijgen.
Bodemdaling
Fonds Duurzaam Funderingsherstel (FDF) heeft per 1-7-2025 landelijke dekking gekregen. Hierdoor is het niet langer noodzakelijk dat we als gemeente moeten deelnemen en hiervoor budget moeten reserveren.
We proberen funderingsherstel beter binnen bereik van onze inwoners te brengen. Daarom hebben we in december 2025 de aangepaste subsidieregeling "Funderingsonderzoek bodemdaling" vastgesteld. Hierin zijn drempels voor onze inwoners verlaagd. Verder zoeken we binnen de Nationale Aanpak Funderingsproblematiek (NAF) naar manieren om tot een versnelling in de aanpak funderingsschade te komen. Dat doen we met vijf andere koplopergemeenten door middel van een gebiedsgerichte leeraanpak. Via een doeluitkering zullen we hiervoor budget krijgen van het Rijk.
Stikstof en gewasbeschermingsmiddelen
In 2025 is er op landelijk niveau geen oplossing gevonden voor de stikstofproblematiek. Het Rijk beëindigde in 2024 het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), waardoor provincies, en daarmee ook gemeenten, in een overgangssituatie terecht kwamen en op nieuw landelijk beleid moeten wachten. Tegelijkertijd zorgden uitspraken van de Raad van State ervoor dat 'intern salderen' van stikstofruimte vanaf 1 januari 2025 vergunningplichtig werd. Dit leidde tot verdere vertragingen en onzekerheden in ruimtelijke plannen, bouwprojecten en andere vergunningplichtige activiteiten. Voor de gemeente betekende dit dat 2025 werd gekenmerkt door het voortdurend inspelen op veranderende rijkskaders en het zorgvuldig sturen van projecten binnen een steeds complexer speelveld.
Er is landelijk steeds meer aandacht voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen nabij woningen en scholen. Door groeiende zorgen over gezondheid en milieu wordt vaker gevraagd om afstandsnormen. Hoewel specifieke wetgeving ontbreekt, heeft recente jurisprudentie van de Raad van State geleid tot een werkwijze: Het College hanteert een minimale spuitzone van 50 meter tussen landbouwpercelen en nieuwe kwetsbare functies zoals woningen. Ontwikkelingen op rijks- en provinciaal niveau worden nadrukkelijk gevolgd. Het onderwerp maakt onderdeel uit van het overleg met LTO Noord, inclusief de lokale LTO afdelingen.
Erfgoed
In 2025 is de Erfgoednota vernieuwd. In de erfgoednota zijn de verschillende soorten erfgoed beschreven en is vastgelegd hoe de gemeente met dit erfgoed om wil gaan en hoe het erfgoed in Emmen zichtbaar en beleefbaar gemaakt wordt. Daarnaast wordt het erfgoed van de gemeente Emmen nog geïnvesteerd. In 2025 is gestart met een project over erfgoed op de begraafplaatsen. Dit project loopt nog vier jaar. Het onderzoek naar beeldbepalende bouwwerken is in 2025 afgerond.
Omgevingswet
Omgevingsplan
De eerste wijziging van het omgevingsplan (Emmerschans) is intern in concept opgeleverd in 2025. Er zijn veel inspraakreacties op de eerste conceptwijziging van het omgevingsplan ingediend. Daarnaast is in 2025 het projectteam gewisseld, waarbij het creëren van capaciteit ten behoeve van het omgevingsplan een puzzel bleek in relatie tot andere (prioritaire) opgaven. Hierdoor is de eerste wijziging van het omgevingsplan nog niet als ontwerp gereed of ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. In 2026 zal Emmerschans als ontwerp ter inzage worden gelegd en vervolgens ter vaststelling worden aangeboden aan de gemeenteraad. De ambitie van de gemeente Emmen om één ambtsgebied dekkend omgevingsplan te hebben in 2030 blijft staan, waarbij tot 2032 (wettelijke einddatum) mogelijk gebruik gemaakt gaat worden ten behoeve van uitloop van de planning.
Omgevingsvisie
Het besluitvormingsproces voor de Omgevingsvisie is uitgesteld naar medio 2026. Dit komt doordat de landelijke adviescommissie MER de bijbehorende milieueffectrapportage (MER) had voorzien van een advies, waaruit is gebleken dat voor enkele onderdelen van het MER nadere onderbouwing of toelichting nodig is. Zij geven aan dat het wenselijk is om de milieueffectrapportage op die punten aan te vullen. Door het milieueffectrapport aan te vullen, worden de effecten van keuzes uit de omgevingsvisie op de leefomgeving vollediger en kwalitatief sterker weergegeven. Daardoor kan een beter onderbouwd besluit worden genomen over de Omgevingsvisie. De milieueffectrapportage wordt de eerste maanden van 2026 afgerond, zodat de Omgevingsvisie vastgesteld kan worden voor de wettelijke termijn van 1 januari 2027.
