4.2 Rentevisie
Renterevisie
De Nederlandse publieke sector rentes kenden lieten in 2025 een wisselend beeld zien. De lange rente (maatstaf is 10-jaars lineair, bron: BNG) was begin 2025 2,97% en eind 2025 3,23%. Het gemiddelde over 2025 bedroeg 3,07% met een piek van 3,31% medio maart. Daarna daalde de rente en stabiliseerde zich zo rond de 3%. Vanaf november steeg de rente weer door hogere kapitaalmarktrentes, veroorzaakt door onder meer hernieuwde inflatieverwachtingen en wereldwijde economische druk (VS, olieprijzen).
De korte rente bedroeg begin januari 2025 3%. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft deze daarna vier keer verlaagd, waarna de rente zich in juni uiteindelijk stabiliseerde op 2%. Dit was het gevolg van onder meer de gematigde economische groei, stabilisatie van de inflatie op 2%, geopolitieke onzekerheid.
In de begroting 2025 was rekening gehouden met een korte en lange rente van 3,25%. Behalve het feit dat gemiddeld genomen de werkelijke rente dus lager lag, was ook de financieringsbehoefte veel lager dan begroot door lagere investeringen en incidentele baten.
Het totale rentevoordeel van in totaal € 3,0 miljoen is in Berap-I en Berap-II 2025 verwerkt.
Het gemiddelde rentepercentage dat in 2025 over de leningenportefeuille (betreft alleen de opgenomen geldleningen) van € 383,0 miljoen (gemiddelde stand in 2025) werd betaald, bedroeg 1,50%.
